BEGIN BESCHEIDEN
Je hebt niet per sé vele vierkante meters nodig voor je tuiniersproject. Er zijn, zelfs voor de stadsvogels, allerlei manieren te verzinnen om zelf te kunnen telen. Als je ‘bescheiden’ begint geef je jezelf de kans te ontdekken of het tuinieren je bevalt. En dan kan je later altijd nog uitbreiden.
Belangrijk is dat je een plekje uitzoekt waar minstens 6 uur per dag zon komt en waar het niet te hard waait. Verstop je tuin ook niet in een verloren hoekje, maar maak hem liefst op een plek waar je regelmatig komt, zodat je je plantjes goed in de gaten kunt houden!
- Moestuin in volle grond
Als je het geluk hebt een stuk eigen land te hebben, kun je natuurlijk direct in de volle grond aan de slag. Let er bij het uitzoeken van een plaatsje wel op dat de grond gemakkelijk te bewerken is. Kijk ook of er voldoende zon komt en niet te veel wind en of het water goed weg kan; na een fikse regenbui mogen geen plassen blijven staan.
- Balkontuin
Als je niet de luxe van een tuintje hebt of toch liever echt bescheiden wil beginnen, kun je ook prima op je vensterbank of balkon aan de slag met plantenbakken waarin je kruiden, bloemen, pepertjes of een mengsel van bladgewassen die je jong oogst – een zogenaamde mesclun – teelt.
Vul de plantenbakken met gelijke delen tuinaarde, compost en zand of met potgrond. Zo krijg je een rijke, luchtige basis waar je je groentes of kruiden in kan telen.
- Vierkant tuinieren
Een mooie tussenvorm tussen een vollegrondstuin en een balkontuin is de zogenaamde vierkantemetertuin, ook wel “square foot gardening” genoemd. Het is een manier om ‘snel’ een tuintje aan te leggen dat je in een klein hoekje van de tuin of op de tegels van het terras kunt neerzetten en wat gemakkelijke te hanteren is.
Een vierkantemetertuin maak je door een bak in elkaar te knutselen met brede planken (bij voorkeur niet met giftige stoffen behandeld) van 1.20x1.20 m en van minimaal 20 cm breed. Je kunt ook ander materiaal gebruiken, zoals wilgentenen, stenen of stronkjes. Onder in de bak leg je een worteldoek of een plastic zeil met gaatjes voor de afvoer van het water. Vervolgens vul je deze bak met aarde (gelijke delen tuinaarde, compost en zand of compost, turfmolm en vermiculiet). Hierna verdeel je de bak in 16 vierkante vakken van 30 bij 30 cm. En elk vak beplant je met een ander gewas.