Zaden van eigen teelt, 100% biologisch en GMO-vrij, snelle levering

Tijd voor bemesting: onze tips

Op deze pagina geven we je tips over het bemesten van je moestuin. De kwaliteit van je bodem is een belangrijke factor voor een gezonde en geslaagde teelt. Zorg daarom goed voor je bodem. Dit kun je doen door het telen van groenbemesters in het najaar, zodat je bodem altijd bedekt is met een gewas. Daarnaast is het ook raadzaam om de bodem voldoende te bemesten met organische mest of compost. Want planten groeien niet zomaar, hier is voeding voor nodig. Na elke oogst voer je stoffen af uit je bodem, die je weer moet aanvullen om een goede bodemvruchtbaarheid te behouden.

Waarom bemesten?

Planten hebben voedingsstoffen nodig om te kunnen groeien. De belangrijkste voedingsstoffen zijn stikstof, fosfaat en kali. Deze elementen hebben alle drie hun eigen specifieke taak in de plant. Zo zorgt stikstof bijvoorbeeld voor een goede groei van de plant. Een tekort van stikstof in de grond kan leiden tot gele bladeren en een achterblijvende groei en opbrengst. Voor een goede groei moeten planten ook tijdig over voldoende fosfaat kunnen beschikken. Fosfaat speelt namelijk een belangrijke rol bij de wortelontwikkeling van de plant. Het bevordert de groei van de plant en de knolvorming bij knolgewassen. Bij een tekort aan fosfaat kun je al vroeg een paarse verkleuring van het blad waarnemen. Ook kali is belangrijk voor een plant. Kali zorgt voor een sterke en robuuste plant en zorgt ervoor dat de wortels in droge perioden gemakkelijker water op kunnen nemen. Maar ook zorgt kali voor een goede bewaarbaarheid van het geoogste gewas. Kali is voor de meeste gewassen in grotere hoeveelheden nodig dan stikstof en fosfaat.

Naast stikstof, fosfaat en kali zijn stoffen als calcium, magnesium, zwavel, koper, mangaan, zink en ijzer ook belangrijke stoffen voor een plant. Deze stoffen heten ook wel sporenelementen. Al deze stoffen hebben hun eigen specifieke taak voor de ontwikkeling van de plant en zijn afhankelijk van grondsoort in meer of mindere mate aanwezig in de bodem. Het is belangrijk om ook deze stoffen aan te blijven vullen, zodat de planten in de moestuin zo optimaal mogelijk kunnen groeien.

Welke meststof?

Over het algemeen bevatten alle dierlijke meststoffen en compost in meer of mindere mate bovengenoemde elementen. Wanneer je je moestuin bemest met een dierlijke meststof of met compost doe je het dus eigenlijk al heel goed.

Maar er is meer. Want welke gewassen ga je bemesten? Spinazie bijvoorbeeld is een korte en explosieve teelt en vraagt snel veel stikstof en kali. Je kunt in dit geval dus beter een paar weken voor de teelt een zogenaamde snelwerkende meststof geven. Snelwerkend betekent dat de elementen uit deze meststof snel vrij kunnen komen. Een voorbeeld van snelwerkende stikstof is droge kippenmest of kippenmestkorrels (kun je bij de meeste tuincentra wel kopen). Maar verbouw je bijvoorbeeld worteltjes in je moestuin is het een ander verhaal. Wortel groeit rustig en neemt de voedingsstoffen ook rustig op gedurende het hele groeiseizoen. Je kunt in dat geval beter kiezen voor een langzaam vrijkomende meststof. Een voorbeeld hiervan is goed verteerde paardenmest. De elementen uit deze mest komen rustig vrij en daar kan de wortel dus lekker het hele seizoen op groeien.

Samenvattend: ieder gewas vraagt zijn eigen hoeveelheid bemesting. En het is niet zo dat hoe meer je bemest, hoe beter je planten zich ontwikkelen. Tegelijkertijd moet het natuurlijk wel werkbaar blijven in de moestuin. Hoe pak je dat dan aan? Hoe weet je dat je niet te veel en niet te weinig bemest?

Hoe kom je aan je mest?

Als je toegang hebt tot dierlijke koe-, geiten-, paarden, of kippenmest via een boer in de buurt is dat al heel mooi. De meeste moestuinverenigingen kopen gezamenlijk dierlijke mest en/of compost in, en daar kan je ook gebruik van maken. Daarnaast kan je mestkorrels kopen bij een tuincentra of boerenbond, vaak ook met een biologische oorsprong. Wanneer je met mest werkt, let er dan op dat de mest goed verteerd (mooi rul en donker, geen gewasresten zichtbaar, niet stinkt naar rotte eieren) is als je deze in het voorjaar opbrengt in je tuin. Het verteren van te verse mest onttrekt namelijk eerst stikstof uit de bodem en deze kan dan dus niet beschikbaar komen aan de gewassen die je gaat telen. Rulle, verteerde mest is ook veel makkelijker uit te harken en onder te werken. Als je niet aan dierlijke mest kan komen, is compost een goed alternatief, mits het de juiste kwaliteit heeft (te koop in zakken bij tuincentra en boerenbond, liefst biologisch, liever geen GFT compost omdat de kwaliteit hiervan heel wisselend kan zijn), eventueel aangevuld met wat koemestkorrels.

Hoe ga je te werk?

We adviseren om je tuin met een jaarlijkse basisgift te bemesten, en het vak van je peen en uien (en witlof) iets minder te geven, en het vak van je vrucht, blad en koolgewassen wat meer. Je hebt ook nog de zogenaamde vlinderbloemigen gewassen (bonen, erwten). Vlinderbloemigen leven in symbiose met Rhizobium-bacteriën en deze zijn in staat om stikstof uit de lucht te binden. Vlinderbloemigen verrijken op deze manier de grond met stikstof en daarom is het niet nodig om deze groep planten te voorzien van een stikstofhoudende meststof.

Gewassen die heel snel groeien kan je extra bemesten met snelwerkende mest (korrels) of vloeibare meststoffen. De hoeveelheid mest die je opbrengst per vierkante meter hangt af van het type mest. Als je deze koopt bij een tuincentra kan je de instructies aanhouden. Bij koemest kan je ongeveer aanhouden dat je een standaard kruiwagen zonder kop (ca. 30 kg) ongeveer 8 vierkante meter kan bemesten. Let op: dit is een vuistregel, gebruik je meststoffen die meer stikstof bevatten per kg (kippenmest) dan kan je met een kruiwagen wat meer bemesten.

Meer weten?

Hierbij een aantal leestips en links voor diegene die meer willen weten over bodemleven en bemesten.

Zaaien
Zaaien