Aubergine is heel geschikt om in allerlei voor-, hoofd- of bijgerechten te verwerken. Heb je zelf aubergine gekweekt, dan is het belangrijk om van tevoren goed te lezen hoe je het oogsten moet aanpakken. Vindt de teelt van je aubergine plaats onder glas, dan oogst je gewoonlijk van mei tot en met juli. Kweek je de aubergine in de vollegrond, dan oogst je tussen juni en augustus.
Een aubergine eet je onrijp. Als je aubergines wil gaan eten, moet je ze onrijp maar wél op het juiste moment oogsten. Ze moeten namelijk groot genoeg zijn. Dit kan lastig zijn, omdat ieder ras er anders uit komt te zien en een andere standaard grootte heeft.
Let trouwens op: aubergineplanten kunnen flinke stekels hebben, dit varieert ook weer per soort. Kijk dus uit waar je de plant vastpakt!
De aubergine moet nog de eigen kleur hebben (vaak is dit donkerpaars, maar dit varieert per soort) en een beetje zacht zijn. Het oogsten zelf is vervolgens heel simpel: met een scherp mes of een knipschaar haal je de aubergine van de plant. Met de hand de vrucht voorzichtig omhoog trekken gaat ook goed, maar de kans bestaat dat je de plant hiermee beschadigt.
Wil je profiteren van een goede opbrengst? Oogst dan regelmatig, zodat de productie van nieuwe vruchten wordt gestimuleerd.
Heb je zelf aubergines gekweekt, dan moet je die eigenlijk iets sneller opeten dan wanneer je een aubergine in de supermarkt zou hebben gekocht. Je kunt zelfgekweekte aubergines zelfs het beste dezelfde dag nog opeten. De dag erna kan nog, maar veel langer dan dat kun je beter niet wachten. Bewaar de aubergine in ieder geval op een koele en donkere plek, en – net zoals paprika, tomaat, komkommer – niet in de koelkast.