Suikermais is mais die geteeld wordt voor de maiskorrel, in de kolf. De maiskorrel zelf is glad en relatief zoet. Het oogsten van suikermais doe je als de kolf helemaal rijp is. De korrels zijn dan al wel mooi geel, maar ze voelen nog vrij zacht aan. Als de draden die boven de kolf hangen (pluimpjes – de eigenlijke stempels die ieder één vruchtbeginsel bevruchten tot het een maiskorrel vormt) helemaal donkerbruin en droog zijn, zijn de kolven rijp. De korrels zijn dan lichtgeel tot geel van kleur. Je kan de rauwe suikermais ook even proeven – als deze lekker zoet zijn, is de mais zeker rijp.
Bij (suiker)mais is het belangrijk dat je op precies het juiste moment oogst: pluk je de kolf te vroeg, dan zijn de korrels nog niet echt lekker en zoet. Wacht je te lang, dan krijg je harde korrels die melig smaken. Het is dus verstandig om regelmatig de kolven te controleren!
De oogstperiode van suikermais is meestal tussen begin augustus en eind september/begin oktober. Dit hangt sterk af van het ras dat je kiest, de zaaitijd en de externe factoren (zon, voeding, vocht).
De meeste maisplanten zullen één tot twee maiskolven opleveren. Zodra de pluimpjes bruin en droog zijn, kun je de kolf met de hand uitbreken door deze langs de hoofdstengel naar beneden te trekken.