Veelgemaakte fouten bij kiemgroenten (en hoe je ze voorkomt)
Kiemgroenten kweken lijkt simpel, en dat is het meestal ook. Toch gaat het bij een eerste of tweede poging weleens mis: een muffe geur, slappe kiemen, of een schaaltje dat gewoon niets oplevert. De meeste tegenslagen komen terug op een klein aantal fouten, en die zijn allemaal te voorkomen.
Te weinig water verversen
Kiemgroenten hebben vocht nodig, maar staand water is een broedplaats voor bacteriën. Ververs het water in je kiemschaaltje daarom elke dag, niet om de paar dagen. Ruik je toch een vreemde, muffe geur? Gooi de kiemen dan weg in plaats van ze te wassen en te hopen dat het goedkomt: kiemgroenten zijn gevoelig voor bacteriën, en dat risico neem je liever niet.
Het zaad niet goed laten uitlekken
Vochtig is goed, drijfnat is een probleem. Laat het zaad na het spoelen altijd goed uitlekken voor je het terugzet. Blijft er water tussen de zaadjes staan, dan is de kans groot dat ze gaan rotten in plaats van kiemen.
Te dik zaaien
Een dikke laag zaad lijkt een grotere oogst, maar werkt vaak averechts. Zaai je te dicht op elkaar, dan krijgen de onderste zaadjes te weinig lucht en ruimte, en dat is precies het klimaat waarin schimmel goed gedijt. Een dun, gelijkmatig laagje geeft elk zaadje de ruimte om uit te groeien.