Door drukte bij de vervoerder kan je pakketje wat langer onderweg zijn. Bedankt voor je begrip!
Er zijn veel verschillende soorten en rassen als het gaat om sperziebonen. In vakjargon worden sperziebonen ook wel slabonen genoemd; er bestaan stamslabonen en stokslabonen. Stokslabonen hebben steun nodig om te groeien (bijvoorbeeld een stok, of touw) en stamslabonen houden zichzelf overeind. Alle slabonen worden vers gegeten, in tegenstelling tot droogbonen. In dit artikel gaan we verder in op het telen van sperziebonen.
> Bestel nu biologische slaboon zaden
Sperziebonen houden van warmte, ze kunnen echt niet tegen nachtvorst. Wacht dus met het zaaien tot minimaal halverwege mei, zodat de kans op nachtvorst nihil is. Als je wil dat ze sneller kiemen, laat de bonen dan een nachtje in lauw water weken. Maak zaaigeultjes en leg de zaden erin met een tussenruimte van ca. 10 cm. Dek de geultjes af met ongeveer 3 cm grond en geef voldoende water. Bij stamslabonen houd je een rijafstand aan van 45 cm. Bij stokslabonen moet je 75 cm ruimte tussen de rijen aanhouden. Je kan ook kiezen om in een plantgat 4 bonen bij elkaar te zaaien. Houdt bij stamslabonen dan een zaaiafstand van 45x45 cm aan en bij stokslabonen een plantafstand van 75x75 cm.
Als je stokbonen gaat kweken, is het verstandig om een constructie te maken waar de bonen omheen kunnen klimmen. Je kunt hier bijvoorbeeld bamboestokken voor gebruiken, die dik en stevig zijn. Je kan ook een constructie maken met touwen die naar beneden hangen; de stokslabonen vinden prima hun weg omhoog langs een touw.
Kies een zonnige plek voor je sperziebonen: als je een plek in de schaduw kiest, blijft de grond langer vochtig en daar houden deze gewassen niet van.
Geef sperziebonen een basisbemesting. Sperziebonen hebben over het algemeen niet veel voedingsstoffen nodig, maar een kleine hoeveelheid meststof kan ervoor zorgen dat je betere gewassen krijgt. Te veel meststof kan ervoor zorgen dat je gewas te veel bladeren aanmaakt en dat je uiteindelijk maar weinig sperziebonen oogst.
Bij warmer, droog weer geef je ongeveer om de dag water: bonen doen het niet goed als de grond te vochtig wordt. Verder is het belangrijk dat je de teeltbedden zoveel mogelijk onkruidvrij houdt.
Sperziebonen zijn gewild bij bladluizen, mijten, Japanse kevers en aardrupsen. Bladluizen en mijten kun je in principe gewoon van de blaadjes spoelen met water. Aardrupsen bestrijd je met een middel op basis van Bacillus thuringiensis. Sperziebonen zijn daarnaast vatbaar voor schimmels en vlekkenziekte.
De peulen moeten stevig aanvoelen, en je moet ze van de plant kunnen afbreken zonder de stelen te scheuren. Je oogst de peulen door ze langs de plant naar beneden te trekken. Je zal waarschijnlijk meerdere keren moeten oogsten; je oogst eerst de bonen die als eerste zijn begonnen met groeien. Vervolgens kun je de sperziebonen in de koelkast bewaren, in een zak in de groentelade. Dit kan tot ongeveer een week na oogst, al loopt de smaak van verse sperziebonen hard achteruit. Wil je ze langer bewaren, dan kun je de bonen ook invriezen (na blancheren) of inmaken.
Sperziebonen kun je natuurlijk koken en bij de aardappels eten, zoals we dat in Nederland vaak gewend zijn. Maar wist je dat je er nog veel meer mee kan? Hieronder geven we je vast twee voorbeelden van mooie gerechten die je met zelfgekweekte sperziebonen op tafel zet. Sperziebonen in sinaasappel-gemberdressing en Groene curry met sperziebonen en linzen.
Kun je niet wachten om te beginnen met het zaaien van sperziebonen? Plaats je bestelling eenvoudig online. Binnen 1 tot 2 werkdagen kun je de zaden thuis verwachten. Neem voor vragen gerust contact op met onze klantenservice.
Kies een zonnige plek voor je sperziebonen. Kies je voor een plek in de schaduw, dan blijft de grond langer vochtig en dat vinden sperziebonen niet fijn.
Sperziebonen houden van warmte en kunnen echt niet tegen nachtvorst. Wacht daarom met zaaien tot minimaal half mei, zodat de kans op nachtvorst nihil is. Wil je sneller kieming, laat de bonen dan een nachtje in lauw water weken.
Maak zaaigeultjes en leg de zaden erin met een tussenruimte van ongeveer 10 cm. Dek de geultjes af met circa 3 cm grond en geef voldoende water. Bij stamslabonen houd je een rijafstand van 45 cm aan.
Sperziebonen hebben over het algemeen niet veel voedingsstoffen nodig, maar een kleine hoeveelheid meststof kan wel voor betere gewassen zorgen. Geef je te veel meststof, dan maakt de plant vooral bladeren aan en oogst je uiteindelijk maar weinig bonen.
Bij warm, droog weer geef je ongeveer om de dag water. Bonen doen het niet goed als de grond te vochtig wordt, dus geef niet te veel water tegelijk.
Sperziebonen worden in vakjargon ook wel slabonen genoemd. Stokslabonen hebben steun nodig om te groeien, bijvoorbeeld een stok of touw, terwijl stamslabonen zichzelf overeind houden. Beide soorten worden vers gegeten, in tegenstelling tot droogbonen.
In de zomer pluk je sperziebonen het beste minstens twee keer per week. Zo krijgen de planten niet de kans om zaden te vormen en blijven ze nieuwe bloemen aanmaken, wat zorgt voor een betere oogst.
Houd de plant met één hand vast en pluk de peul met de andere hand van de plant. Doe je dit niet op deze manier, dan is de kans op beschadiging van de plant groter.
Bewaar sperziebonen op een koele plaats: de koelkast is eigenlijk net iets te koud, waardoor ze sneller bruine plekken krijgen en bederven. Op een koele plaats buiten de koelkast blijven ze nog tot een dag of vier goed, al eet je ze het lekkerst dezelfde dag.

