Tuinbonen telen: onze tips

Tuinbonen zijn heel erg makkelijk te telen en met voorzaaien kun je al in januari beginnen. Dit is hetzelfde als bij rijspeulen, rijsdoperwten en kapucijners. Zowel binnen als buiten kun je tuinbonen zaaien. Het voorzaaien heeft een groot voordeel, want dan kun je eerder oogsten.

> Zaden tuinbonen bestellen

Zaaien

Zaai de tuinbonen voor onder glas (binnen) bij minimaal 5 graden in januari en februari. Je kunt ze ook buiten in vollegrond zaaien van eind februari tot eind maart. Voorzaaien doe je in potjes, of in een bak of tray. In een tray van 60 x 40 cm kun je ongeveer 100 tuinboonzaden voor laten kiemen. Vul de potjes of trays met universele potgrond. Je hoeft hiervoor dus geen zaai- en stekgrond te gebruiken. Druk de zaden ongeveer 2-3 cm diep in de potgrond, en dek de zaaigaatjes af met potgrond. Nadat de plantjes boven de grond uitkomen, zet je ze binnen op een zonnige plek of buiten neer. Het is heel belangrijk om de jonge planten goed in het licht te zetten na kieming, anders worden de planten heel slungelig. Daardoor zullen ze weer extra vatbaar zijn voor ziekten en plagen. Dek de potjes of trays indien nodig af met gaas tegen vogels en muizen.

Planten

Tuinbonen kun je het beste in rijen zaaien of planten. Houd een rijafstand aan van 60-75 cm, en 15-20 cm tussen de planten in de rij. Haal de voorgezaaide planten voorzichtig uit de bak en trek de plantenwortels die door elkaar zijn gegroeid voorzichtig uit elkaar. Plant vervolgens de tuinboonplanten goed diep, zolang het groeipunt maar boven het maaiveld uitsteekt. De tuinboon zal zo meer wortels aanmaken, en hierdoor steviger staan en minder snel last hebben van droogte.

Standplaats

Zaai of plant de tuinbonen op een zonnige, maar beschutte plek – bij harde wind kunnen grotere tuinboon planten makkelijk omwaaien. Als je naast de tuinbonen bijvoorbeeld doperwtjes zaait die langs een rek groeien, creëer je een natuurlijke haag die eventuele harde wind tegenhoudt. Tip: Als de planten later in het seizoen wat zwaarder worden door het gewicht van de vele tuinbonen, kun je er makkelijk een draad langs spannen. Zet aan het begin en eind van de rij bamboestokken in de grond en span hier een draad langs.

Bemesting en water

Tuinbonen hebben net wat meer bemesting nodig dan andere peulvruchten. Werk voordat je de tuinbonen uitplant, indien nodig, wat extra compost door het bed. Zorg er ook voor dat de planten niet droog komen te staan; tuinboonplanten die niet goed door kunnen groeien zijn een makkelijke prooi voor luizen. Je zal de luizen dan met name aantreffen in de kop van de plant waar suikers ophopen.

Oogsten

In de maanden juni tot augustus (afhankelijk van wanneer je je tuinbonen hebt gezaaid) zijn de tuinbonen te oogsten. Breek de peul van de stengel door de peul naar beneden, langs de stengel te trekken. Je zal waarschijnlijke meerdere keren van de plant kunnen oogsten. Als je de peultjes nog heel klein zijn (ca. 5 cm), kun je ze in z’n geheel eten. De bloemen van de tuinboon zijn ook eetbaar. Wanneer de tuinbonen groter geworden zijn (ca. 12-15 cm), kun je alleen de boontjes binnenin de peul eten. Een goede maat voor de peulgrootte is ongeveer een duimnagel; grotere peulen smaken vaak wat melig. Na het oogsten van de bonen kun je ze zeker drie dagen in de koelkast bewaren.

Heerlijke recepten

Tuinbonen smaken erg goed in combinatie met spekjes en tijm, waarvoor je dit recept kunt gebruiken. Roergebakken tuinbonen met aardappelpuree is ook absoluut een aanrader.

Tuinboon zaden bestellen

Heb je vragen over het oogsten van tuinbonen? Neem dan gerust contact met ons op en wij zullen je zo goed mogelijk helpen met het beantwoorden van je vragen. Bekijk ons biologische assortiment tuinbonen en plaats vandaag nog jouw bestelling online.

Tuinbonen telen: onze tips
Tuinbonen telen: onze tips
9,4