Een goede moestuingrond is niet alleen vruchtbaar, maar heeft ook een goede structuur. Wortels moeten gemakkelijk de grond in kunnen groeien, regenwater moet kunnen wegzakken en tegelijkertijd moet de bodem voldoende vocht kunnen vasthouden. Ook lucht is belangrijk, zowel voor plantenwortels als voor het bodemleven.
Groenbemesters kunnen aan die bodemstructuur bijdragen. Ze houden de bodem begroeid wanneer er tijdelijk geen groente staat, vormen een levend wortelstelsel en laten na de teelt organisch materiaal achter. Toch is een groenbemester geen wondermiddel waarmee een sterk verdichte bodem na één seizoen weer volledig hersteld is. Het verbeteren van de bodemstructuur is vooral een kwestie van goed bodembeheer op langere termijn.
Een bodem bestaat niet uit één compacte massa. Tussen de bodemdeeltjes bevinden zich poriën en gangen waarin lucht en water kunnen bewegen. Een goede structuur zorgt ervoor dat plantenwortels voldoende ruimte hebben om zich te ontwikkelen.
Voor een goede plantengroei moet de bodem water, voedingsstoffen én zuurstof kunnen bevatten. Dat werkt het beste wanneer de grond poreus en goed doorwortelbaar is. Een verdichte of verslempte bodem geeft wortels minder ruimte en kan de opname van water en voedingsstoffen beperken.
Juist onder de grond kunnen groenbemesters daar een rol in spelen.
Zolang een groenbemester groeit, zit de bodem vol levende wortels. Die groeien tussen de bodemdeeltjes door en benutten bestaande poriën en scheurtjes. Na het afsterven blijven wortelresten en gangen achter die onderdeel worden van het bodemsysteem.
Niet iedere groenbemester wortelt op dezelfde manier. Grassen vormen doorgaans veel fijne wortels. Winterrogge is daar een goed voorbeeld van. Deze groenbemester kan laat in het seizoen worden gezaaid, overwintert en zorgt voor een goede doorworteling. Ook Japanse haver vormt snel veel gewas en is geschikt voor een relatief late inzaai.
Andere groenbemesters hebben weer een ander wortelstelsel. Bladrammenas groeit snel en levert veel organische stof. Zulke verschillen zijn belangrijk, want wie een groenbemester kiest om aan de bodemstructuur te werken, kijkt niet alleen naar wat er boven de grond gebeurt.
Bodemdeeltjes kunnen samen kleine grotere eenheden vormen, zogenaamde aggregaten. Een stabiele kruimelstructuur is gunstig voor onder andere lucht- en watertransport.
Wortels spelen een rol in het ontstaan en stabiel houden van zulke structuren. Onderzoek laat zien dat eigenschappen van wortels invloed kunnen hebben op de stabiliteit van bodemaggregaten. Ook biologische activiteit draagt bij aan een poreuze bodemstructuur.
Dat betekent niet dat één sterke penwortel een harde, verdichte bodem simpelweg “openbreekt”. Structurele bodemverdichting kan hardnekkig zijn. Groenbemesters passen daarom vooral in een strategie waarbij je nieuwe verdichting voorkomt en de bodem jarenlang goed beheert.
De invloed van groenbemesters stopt niet wanneer je het gewas maait of laat afsterven. Wortels, bladeren en stengels vormen organisch materiaal. Een deel daarvan wordt door bodemorganismen afgebroken.
Organische stof is belangrijk voor verschillende bodemeigenschappen. Het draagt bij aan de bewerkbaarheid en structuur, speelt een rol bij de vochtvoorziening en mineralenhuishouding en vormt voedsel voor het bodemleven. Daarom worden groenbemesters niet alleen geteeld vanwege hun wortels of mogelijke stikstofwerking, maar ook vanwege hun bijdrage aan de aanvoer van organisch materiaal.
Voor het opbouwen en onderhouden van een goede bodem is die voortdurende aanvoer belangrijker dan één grote ingreep.
Ook boven de grond heeft een groenbemester effect op de structuur. Een dicht gewas schermt het bodemoppervlak af. Regendruppels slaan daardoor niet rechtstreeks op kale grond.
Dat helpt problemen zoals verslemping en erosie te beperken. Groenbemesters worden mede daarom gebruikt om de bodem te beschermen tegen ongunstige invloeden van regen en wind. Ook kunnen ze voedingsstoffen opnemen die anders gemakkelijker verloren zouden kunnen gaan.
Vooral na een vroege oogst is dat nuttig. In plaats van een bed maandenlang kaal te laten liggen, blijft de bodem begroeid en biologisch actief.
Het is belangrijk om realistische verwachtingen te hebben. Groenbemesters zorgen niet automatisch voor een meetbare verbetering van een verdichte bodemstructuur.
Voorkomen blijft daarom beter dan herstellen. Loop zo weinig mogelijk op natte bedden, voorkom zware belasting en verdichting en zorg voor een regelmatige aanvoer van organische stof. Combineer dat met een gevarieerde vruchtwisseling en groenbemesters wanneer er ruimte is in het teeltplan. Dan wordt een groenbemester geen snelle reparatie, maar een waardevol onderdeel van goed bodembeheer.
Wil je lege moestuinbedden benutten en tegelijkertijd werken aan je bodem? Bekijk dan ons assortiment biologische groenbemesters. Kies je groenbemester niet alleen op basis van het zaaimoment, maar ook op basis van het wortelstelsel, de vruchtwisseling en wat je met het bed wilt bereiken. Heb je vragen over de juiste keuze? Neem dan gerust contact met ons op, we helpen je graag verder.
