De grootste successen van dit moestuinjaar

Het seizoen loopt ten einde. Een goed moment voor een terugblik, en dan vooral op wat er goed ging. Wat dit jaar lukte, kun je volgend jaar gewoon herhalen. Pak je moestuinplan of een schrift erbij en loop deze acht punten langs.

1. Zaden die mooi opkwamen

Kwam alles wat je zaaide goed op? Dan heb je vier dingen goed gedaan. Je zaaide op het juiste moment en niet te diep, de grond bleef lang genoeg vochtig, en het zaad was vers. Schrijf op wanneer je wat hebt gezaaid. Dat scheelt volgend voorjaar een hoop gepuzzel, en in de zaaikalender zie je per maand wat er kan.

Het juiste moment luistert nauw, want er bestaan koude en warme kiemers. Zaad verliest bovendien kiemkracht naarmate het ouder wordt. Bleef er toch een rijtje leeg? Kijk dan eerst hoe oud het zakje was.

2. Planten die goed groeiden

Welke bedden stonden er het hele seizoen sterk bij? Grote kans dat daar de bodem op orde was. Er zat genoeg voeding in, de compost of mest was goed verdeeld en de planten kregen op tijd water, ook op hete dagen en na een droge periode. Zag je verschil tussen plekken in je tuin, dan zit het vaak in die verdeling.

Meer mest is niet altijd beter. Tomaten die je verwent met veel mest geven vooral blad en weinig vrucht. Bemest elk gewas dus op de manier die erbij past. Heb je gewassen met een lange teeltduur tussentijds bijgemest met biologische koemestkorrels of biologische vloeibare mest? Doe dat volgend jaar weer. Een plant die het moeilijk heeft, kan zich daarmee herstellen.

3. De juiste plek in de zon of schaduw

Welke planten stonden precies goed? Noteer het. Een gewas dat te veel schaduw of juist te veel zon krijgt, gaat sneller dood of schiet door. Maak een schets van je tuin en zet erbij waar de zon valt. Dan kies je volgend jaar meteen de goede plek.

4. Minder last van ziekten en plagen

Elk jaar is anders, ook wat plagen betreft. Wat hield ze dit jaar buiten de deur? Denk aan kippengaas over kleine bonenplantjes tegen duiven, of insectengaas over kolen en sla tegen rupsen. Dieren waarvan je weet dat ze elk jaar terugkomen, hou je zo op voorhand uit je moestuin.

Weinig slakken gezien? Dan heb je de grond waarschijnlijk goed onkruidvrij gehouden, want slakken houden niet van droge, onbedekte grond. Kwamen ze toch? Er zijn genoeg diervriendelijke manieren om slakken te bestrijden in je moestuin.

Heb je zieke planten op tijd herkend (soms best lastig) en voorzichtig weggehaald? Dan heb je de rest gered. Voer ze af in een plastic zak, niet op de composthoop, zodat ze de andere planten niet aansteken.

De grootste winst zit onder de grond. Ziekten en plagen treffen meestal eerst de zwakste planten of planten met een tekort, en breiden zich daarna uit. Een bodem met genoeg organisch materiaal, voeding en vocht zorgt dat de groei nooit stil komt te staan. Gezonde bodem, gezonde plant.

5. Oogsten en toch op vakantie

Viel je vakantie dit jaar mooi tussen de oogsten in? Dan heb je goed gepland. In augustus is er vaak veel te oogsten, en wie dan weg is, laat groente staan. Zonde. Hou in je moestuinplan voor volgend jaar rekening met je vakantie en zaai bepaalde groenten wat eerder of juist later.

6. Een goede oogst, of zelfs te veel

Was de oogst groot? Kijk wat eraan bijdroeg: het weer, of iets wat je zelf deed. Uitdunnen is er vaak een van. Planten die te dicht op elkaar staan, verdringen elkaar en ontwikkelen zich minder goed.

Had je van een gewas eigenlijk te veel? Ook dat is een succes, al zit je dan wel weken met hetzelfde. Zaai er volgend jaar wat minder van en gebruik de ruimte voor iets anders.

7. Gespreid oogsten

Lukte het om niet alles tegelijk te oogsten? Dat komt door gespreid zaaien. Zaai nooit alles in één keer, maar verdeel de zaaimomenten over het seizoen. Zo eet je niet wekenlang hetzelfde en blijft het gevarieerd.

8. Elk stukje grond benut

Heb je na de voorjaarsoogst meteen een tweede teelt ingepland? Dan haalde je twee oogsten van één stukje grond. Doe dat volgend jaar weer en kijk vooraf welke gewassen goed na elkaar kunnen. Zet geen gewas uit dezelfde plantenfamilie op dezelfde plek (vruchtwisseling), en geef sommige gewassen opnieuw wat mest. Geen tweede teelt gepland? Zaai dan een groenbemester in.

9. Bestel je zaden voor het nieuwe seizoen:

Groenten
> Blad- & stengelgewassen
> Koolgewassen
> Peulvruchten
> Vruchtgewassen
> Wortel- & knolgewassen

Kruiden

Kiemgroenten

Bloemen
> Eenjarige bloemen
> Meerjarige bloemen

Groenbemesters

Zaaien
Zaaien