Zaden van eigen teelt, 100% biologisch en GMO-vrij, snelle levering

Terugblik op je (moes)tuinseizoen

Voor jezelf is het altijd fijn om aan het einde van het jaar eens terug te kijken op het moestuinseizoen. Zijn er bepaalde zaken niet goed gegaan en wat zou je eraan kunnen doen? Denk hierbij bijvoorbeeld aan onderstaande aandachtspunten.

1. Tegenvallende kiem

Mochten de zaden niet zijn opgekomen, dan kun je jezelf vier vragen stellen: Ben ik wel op het juiste moment gestart met zaaien? Heb ik de zaden niet te diep in de grond gedaan? Was er wel een langere periode voldoende vocht aanwezig in de bodem? En hoe oud zijn de zaden die ik heb gezaaid? Dit heeft alles te maken met het feit dat er koude en warme kiemers bestaan en zaden kiemkracht verliezen als ze ouder worden. Check dit dus altijd goed vooraf.

2. Tegenvallende plantengroei

Dit kan te maken hebben met het te weinig water geven op hele warme dagen, na droogte, of een te natte periode of met de samenstelling van de bodem en de beschikbaarheid van voldoende voeding in de bodem. Mocht de compost of mest bijvoorbeeld aan het begin van het seizoen niet op alle plekken goed verspreid dan kan je dit terugzien in de ontwikkeling van de planten. Je kan ook overwegen om bij gewassen met een langere teeltduur tussentijds bij te mesten door middel van koemestkorrels, of vloeibare mest (ook biologisch verkrijgbaar bij tuincentra). Zo kan een plant die het moeilijk heeft zich toch herstellen.

3. Zon en schaduw

Zijn er planten die toch te veel schaduw of te veel zon gekregen hebben waardoor de planten dood zijn gegaan of heel snel zijn doorgeschoten? Bekijk dan voor het volgende seizoen goed waar in de moestuin je de planten zaait.

4. Ongedierte

 

Naast een heleboel nuttige dieren, zijn er ook die schade kunnen toebrengen aan de planten in je moestuin, het zogenaamde ongedierte. Ieder jaar is anders en dat geldt ook voor de hoeveelheid ongedierte in de moestuin. Je kunt jezelf wel de vraag stellen of je op voorhand al wat maatregelen kunt treffen om bepaalde dieren, waarvan je zeker weet dat ze ieder jaar terugkeren, uit de moestuin te houden. Denk bijvoorbeeld aan het afdekken van kleine bonenplantjes met kippengaas tegen de duiven, of het afdekken van kolen en sla met een insectengaas (ook wel agro-cover genoemd). Zorg en hierbij wel voor dat je geen schade toebrengt aan de nuttige beesten.


 

5. Vakantieplanning

Hoe was de vakantieperiode afgelopen jaar ingepland? Was dit wel op het goede moment voor de moestuin? In augustus is er vaak heel veel te oogsten en mocht je in deze periode op vakantie gaan, dan is dat zonde van de oogst. Je kunt bij het maken van het moestuinplan rekening houden met de vakantie door bepaalde groenten later of juist eerder te zaaien.

6. Hoeveelheid oogst

Viel de hoeveelheid oogst tegen? Bedenk dan goed of dit komt door de weersomstandigheden of door fouten die je zelf hebt gemaakt? Denk dan bijvoorbeeld aan het te dicht op elkaar zaaien van de planten, zonder uit te dunnen. Op deze manier verdrukken de planten elkaar en zullen ze minder goed, of zelfs slecht ontwikkelen. Of had je heel veel van een gewas, en was dit eigenlijk te veel? Plan dan voor het volgende jaar wat minder van hetzelfde gewas.

7. Oogst periodes

Zaai nooit alles in één keer, maar verspreid de zaaimomenten, waardoor je ook verspreid kunt oogsten. Zo hoef je niet weken achter elkaar hetzelfde te eten, maar houd je het gevarieerd.

8. Lege plekken in de moestuin

Na het oogsten van planten in het voorjaar, is het niet meteen klaar met dit stuk grond. Je kan overwegen om nog een teelt in te plannen, waardoor dit je een dubbele oogst kan halen van één stukje grond. Bekijk wel goed vooraf welke soorten er goed na elkaar gezaaid kunnen worden (zelfde planten familie, vruchtwisseling), en houdt er rekening mee dat voor sommige gewassen je opnieuw wat mest moet opbrengen Je kan ook overwegen om een groenbemester in te zaaien.

9. Ziektes en plagen

Je ontkomt er soms echt niet aan, maar je kunt vooraf wel al maatregelen treffen en de planten goed in de gaten houden. Zorg ervoor dat de planten niet te dicht op elkaar staan – houdt je aan de plantafstand op de verpakking. Mocht er één plant ziek worden, dan steken ze niet meteen alle andere planten aan. Veel plagen kun je voorkomen door de planten af te dekken met netten. Denk bijvoorbeeld aan insectengaas tegen rupsen op de kolen. Probeer je tuin zoveel mogelijk onkruid vrij te houden, want slakken houden niet van droge, onbedekte grond. Bij een overdaad aan slakken kun je overwegen om (biologische) slakkenkorrels te strooien. Door aanwezigheid van onkruid zullen je gewassen minder snel opdrogen en hierdoor kunnen schimmels zich sneller ontwikkelen. Maar de allerbelangrijkste maatregel is zorgen voor een gezonde bodem, met voldoende organisch materiaal, voeding en vocht voor de plant, zodat de gewassen zich continu goed kunnen ontwikkelen en zodat er geen momenten ontstaan waar de plant ‘stil komt te staan’. Ziektes en plagen treffen vaak als eerst de zwakste planten, of planten die een gebrek hebben, om vervolgens uit te breiden naar sterkere planten. Een gezonde bodem is de basis voor een gezonde plant!

Zaaien
Zaaien